Van fossiele afhankelijkheid naar strategische autonomie
Van fossiele afhankelijkheid naar strategische autonomie

Vandaag verscheen in het Het Financieele Dagblad een ingezonden brief (zie ook onder voor de integrale tekst van de brief) van medewerkers van Wageningen University & Research over een onderwerp dat veel aandacht verdient: de toekomst van de Nederlandse chemie én landbouw.

Nederland staat voor een strategische keuze. Onze chemische industrie is cruciaal voor vrijwel alle producten die we dagelijks gebruiken – van medicijnen en verpakkingen tot bouwmaterialen, elektronica en kleding. Tegelijkertijd is die industrie nog sterk afhankelijk van fossiele grondstoffen en staat zij onder druk door internationale concurrentie, hoge energieprijzen en geopolitieke onzekerheid. De vraag is daarom niet óf we moeten vernieuwen, maar hoe.

In een nieuw essay, opgesteld door Wageningen University & Research in opdracht van BioBased Circular, wordt een overtuigend groeipad geschetst: de ontwikkeling van een Nederlandse industrie gebaseerd op biobased polyesters. Daarmee kunnen we:

·      de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen verminderen

·      de strategische autonomie van Nederland en Europa versterken

·      nieuwe verdienmodellen creëren voor de landbouw

·      klimaatdoelen dichterbij brengen

·      bijdragen aan oplossingen voor microplastics en plasticvervuiling

Maar dit gebeurt niet vanzelf. Daarvoor zijn investeringen, samenwerking en consistent langetermijnbeleid nodig. Nederland beschikt over de kennis, de landbouwbasis, de chemische infrastructuur én de innovatiekracht om hierin een internationale koppositie op te bouwen. De vraag is of we die kans grijpen.

Lees de oproep in het FD en laten we de juiste keuze maken voor de toekomst van Nederland.

Uitweg uit een doodlopende straat: bio-kunststoffen als een groeipad voor een groene chemie en duurzame landbouw

Door: Cees Leeuwis en Harriette Bos, Wageningen University & Research

De Nederlandse economie is structureel kwetsbaar in een wereld van geopolitieke instabiliteit en klimaatverandering. Ervaringen zoals die met de Straat van Hormuz onderstrepen dit, en laten ook de roep om strategische autonomie luider klinken.

Onder de getroffen sectoren bevinden zich de chemie en de landbouw. Beide sectoren werden na de Tweede Wereldoorlog met tal van ondersteunende overheidsmaatregelen opgezet als paradepaardjes van onze economie. Maar nu verkeren ze allebei in een crisis. De intensieve landbouw vanwege de negatieve effecten op natuur en milieu, en de chemie vanwege internationale concurrentie en haar grote afhankelijkheid van niet klimaatbestendige grondstoffen zoals fossiele olie.

Vernieuwing is dringend nodig, ook met het oog op strategische autonomie. De landbouw blijft van groot belang voor onze voedselvoorziening, en chemiebedrijven produceren de bouwstenen (veelal polymeren) voor vrijwel de gehele maakindustrie, variërend van mondkapjes, medicijnen en verpakkingen tot bouwmaterialen, elektronica, auto-onderdelen en kleding. Voor een transitie naar een groene chemie die minder afhankelijk is van fossiele olie zijn grondstoffen van biologische oorsprong (bijvoorbeeld verkregen uit planten, bomen of reststromen) een duurzame oplossing. Alle nu gebruikte chemische bouwstenen kunnen uit biogrondstoffen worden gemaakt. Omdat biogrondstoffen qua chemische samenstelling flink verschillen van fossiele olie, zijn daar wel investeringen in nieuwe technologie voor nodig. Het ligt voor de hand om in te zetten op technologie voor het maken van polyesters, omdat die veel efficiënter en duurzamer te maken zijn dan polyethyleen, wat nu de meest geproduceerde kunststof is.

De landbouwsector kan via een breed spectrum aan gewassen grondstoffen leveren aan de chemische industrie. Dit hoeft niet te leiden tot een verlies aan voedselzekerheid, zeker als we minder grond reserveren voor de productie van veevoer en overschakelen naar een meer plantaardig voedselpatroon.

Het (deels) overschakelen naar biogrondstoffen maakt de chemische industrie minder kwetsbaar voor schommelingen in de aanvoer van olie en gas. Tegelijkertijd wordt hiermee een flinke stap gezet richting het bereiken van klimaatdoelstellingen. Wanneer wordt ingezet op de het ontwikkelen van biologisch afbreekbare bio-kunststoffen (ook hiervoor zijn polyesters een goede keuze) helpt dat ook om verdere belasting van het milieu met microplastics en ‘plastic soep’ te voorkomen. Voor de landbouw biedt een vraag naar biogrondstoffen extra afzetmogelijkheden, en daarmee een welkom nieuw verdienmodel als alternatief voor intensieve veehouderij.

De transitie in de richting van een groene chemie in samenhang met een duurzame landbouw vergt een samenhangende aanpak waarin niet alleen wordt geïnvesteerd in technologische innovatie, maar waarbij ook fundamentele belemmeringen voor de ontwikkeling van een groene chemie worden weggenomen.

In het huidige speelveld wordt de concurrentiepositie van nieuwe kunststof materialen belemmerd door drie factoren. Allereerst is daar de gevestigde positie van grootschalige fossiele productiefaciliteiten waarmee het nog lastig concurreren is. Daarnaast worden de negatieve effecten van de gangbare chemie nog altijd straffeloos afgewenteld op de samenleving, en niet verdisconteerd in de prijzen. Een derde factor betreft het Europese beleid dat de inzet van biogrondstoffen stuurt in de richting van energietoepassingen, terwijl materiaaltoepassingen minder worden gestimuleerd. Hierdoor ontbreekt momenteel de prikkel bij marktpartijen om te investeren in op bio-grondstoffen gebaseerde polymeren.

Om deze condities te veranderen moeten een viertal wegen worden bewandeld. Allereerst blijft het noodzakelijk om technologische initiatieven voor een groene chemie te ondersteunen, zodat innovatieve oplossingen zich verder kunnen ontwikkelen. Ten tweede moeten maatregelen worden ingezet die er voor zorgen dat de negatieve effecten van fossiele grondstoffen tot uitdrukking komen in de prijzen, en moeten de nog immer bestaande fossiele subsidies worden afgebouwd. Hierdoor ontstaat een gelijkwaardiger uitgangspositie voor duurzamere alternatieven. Een derde noodzaak betreft de versterking van de organisatiegraad en coalitievorming rondom de groene chemie. Momenteel zijn initiatieven rondom bio-kunststoffen nog sterk gefragmenteerd. Er is regie nodig om te komen tot effectieve samenwerking, kennisuitwisseling en lobby. Tenslotte moet een consistent en voorspelbaar langetermijnbeleid de zekerheid bieden die nodig is voor investeringen vanuit private partijen.

Deze typen van ondersteuning, marktordening, regie en duidelijkheid lagen ten grondslag aan het oorspronkelijke succes van de Nederlandse chemie en landbouw, en zijn ook nu weer nodig om uit de huidige meervoudige crises te komen. Ook recente rapporten van Wennink en Draghi pleiten voor een overheid die actief randvoorwaarden schept! We moeten stoppen met doormodderen op doodlopende wegen en daarmee ook onze gevoeligheid voor situaties als die met de Straat van Hormuz verminderen.